Standpunt van de stad Jena over de uitspraak van de administratieve rechtbank van Gera
De administratieve rechtbank van Gera heeft in een spoedprocedure een uitspraak gedaan over het besluit inzake de voorwaarden voor de thuiswedstrijden van FC Carl Zeiss Jena in het seizoen 2026/2027. Voor wedstrijden met een verhoogd risico geldt bij capaciteitsbeperkingen daarom de in de bondreglementen vastgelegde grens van 90 procent (in plaats van tot nu toe ongeveer 80 procent) van de toegestane capaciteit van de staanplaatsen. De stad Jena zal de procedurele en motiveringsgerelateerde eisen van de rechtbank volledig uitvoeren en, zoals gevraagd, per geval beslissen.
Belangrijker dan het cijfer is daarbij de juridische verduidelijking die het besluit biedt met betrekking tot een andere kwestie: de capaciteit en de locatie. De huidige plaatsing van de actieve supportersgroep op de zuidtribune is het resultaat van een eerder compromis tussen veiligheidsinstanties, de stadionexploitant en de supportersgroep. De gemeenteraad had in een besluit van 14 november 2018 oorspronkelijk voorzien in een zo groot mogelijke ruimtelijke scheiding: de bezoekende supporters in het zuiden, de actieve thuisfans in het noorden. De latere terugkeer van de actieve supportersgroep naar het zuiden was gebaseerd op een gezamenlijke basisconsensus over de bijzondere veiligheidsvoorwaarden van deze oplossing.
De procedure tegen de stad Jena werd namens de vereniging gevoerd door de vicevoorzitter van FC Carl Zeiss Jena, advocaat Tom Hilliger, wiens advocatenkantoor de FC Carl Zeiss Jena Fußball Spielbetriebs GmbH als procesvertegenwoordiger vertegenwoordigt. Met betrekking tot de plaatsing heeft de rechtbank de betrokken partijen uitdrukkelijk ondervraagd. Beiden hebben unaniem verklaard dat er geen toezegging, geen contract en geen andere rechtsbindende verklaring bestaat op grond waarvan de actieve thuisfans het blok N in de zuidelijke tribune zouden moeten krijgen. De rechtbank heeft in dit verband vastgesteld dat het belang bij het bezetten van een bepaald stadionblok, buiten de algemene handelingsvrijheid om, geen rechtsbeschermd belang is en dat een risicobeperkende verplaatsing van de actieve supportersgroep, voor zover deze in een concreet geval op basis van een toereikende risicobeoordeling noodzakelijk wordt, ten opzichte van een capaciteitsbeperking de mildere maatregel vormt.
Voor de veiligheidsinstanties vloeit hieruit een gewijzigde volgorde van toetsing voort. Wanneer de directe nabijheid van twee vijandige actieve supportersgroepen op dezelfde tribune, slechts gescheiden door een ongeveer 50 meter breed bufferblok, het risico op escalatie met zich meebrengt, moet in de toekomst niet in de eerste plaats het aantal toeschouwers worden verminderd, maar moet de afstand worden vergroot. De stad Jena zal voor elke risicowedstrijd een gedocumenteerde, op het individuele geval afgestemde risicobeoordeling opstellen en de club vooraf formeel raadplegen. Als uit deze beoordeling blijkt dat de ruimtelijke nabijheid de doorslaggevende risicofactor is, zal moeten worden bepaald dat de actieve thuisfans naar een deel van het stadion worden verplaatst dat aanzienlijk verder van de gastenzone verwijderd is. De zuidtribune zou in dat geval aanzienlijk beter benut kunnen worden dan tot nu toe het geval was.
Burgemeester en wethouder voor veiligheid Benjamin Koppe verklaart hierover:
„De tot nu toe gevolgde aanpak heeft van alle partijen het uiterste geëist: van de politie, de stadionexploitant, de stad en ook de supportersgroep. Juist daarom heeft deze aanpak jarenlang standgehouden. Ik betreur het ten zeerste dat het clubbestuur deze aanpak heeft opgezegd. Voor de rechter heeft de club nu zelf verklaard dat er geen recht bestaat op een bepaald vak. Dat is de eigenlijke boodschap van dit besluit. Wie de volledige capaciteit voor risicowedstrijden eist, kan die krijgen, maar dan wel niet met een actieve supportersgroep op vijftig meter afstand van het gastenvak.”